1. Verzending gratis vanaf €20,-
  2. Uitgebreide informatie
  3. Vaste lage verzendkosten

 

 

Groeiwijze van palmen

Er zijn maar weinig planten die zelfs voor het ongetrainde oog makkelijker te herkennen en te onderscheiden zijn dan palmen.

Een typische palmboom bestaat uit een stam met een enkel groeipunt waaruit één voor één bladeren groeien die gezamenlijk een kroon vormen.

Hierin onderscheiden ze zich van de primitievere palmvarens zoals de cycassen en dionen die eens in de zoveel tijd een flush produceren van meerdere nieuwe bladeren en er geen speer (groeipunt van opgevouwen bladeren) op na houden.

Palmen worden gerekend tot de orde der monocotyledon wat betekent dat ze bij het kiemen maar één blaadje hebben.

Tot deze orde worden ook grassen, yuccas, cordylines, gembers, bananenplanten, etc. gerekend.

Ondanks dat palmen onder elkaar meestal veel overeenkomsten hebben kan de groeiwijze flink afwijken van de standaard.

Met ruim 2600 bekende en erkende palmsoorten (cultivars buiten beschouwing) komen palmen voor in de vorm van bomen, struiken (meestal met een ondergrondse stam), clusters, solitaire ondergroei, en klimmers.

De enige niche die niet door palmen is ingenomen is de groeiwijze van een echte epifyt waarbij ze compleet leven van wat er in bomen te vinden is zonder contact te maken met de grond.

Hieronder zal ik in het kort de verschillende afwijkende vormen aanduiden met een paar voorbeelden:

Boomvormig

Dit kan worden opgevat als de typische palmboomvorm met een hoofdstam zonder vertakkingen.

Toch bestaat er een geslacht van palmen dat duidelijk tegen alle regels in gaat.

Hyphaene is een groep van palmen afkomstig uit Afrika en het Midden-Oosten die bovengrondse vertakkingen vormen met meerdere groeipunten.

Bij de grotere soorten kan hierdoor het idee ontstaan van een loofboom met vertakkingen en een breed uitwaaierende kroon.

Struikvormig

Soorten als de Sabal minor en Trachycarpus nanus blijven struikvormig in de meest pure zin van het woord.

Net als de standaard vorm hebben zij doorgaans maar één groeipunt.

De uitzondering zit hem in de stam die zich voor het grootste deel ondergronds ontwikkeld waardoor deze soorten nooit echt een hoge stam ontwikkelen.

Palmen met ondergrondse uitlopers die meerdere stammen vormen zoals Chamaerops humilis zouden ook tot deze groeiwijze gerekend kunnen worden maar vallen meer onder de volgende categorie.

Clustervormig

Palmen uit deze categorie bezitten ondergrondse uitlopers die naast de hoofdstam uitlopers maken die op hun beurt weer tot nieuwe palmen kunnen uitgroeien.

Een mooi voorbeeld hiervan zijn de palmen uit het geslacht Rhapis die flinke clusters kunnen produceren waardoor het soms wel wat weg heeft van een bos bamboe.

In de natuur kan hierbij op den duur een kring ontstaan waarbij de hoofdstam is afgestorven en alle stammen daaromheen verder groeien een gat in het midden achterlatend.

Klimmende palmen

Hiermee wordt voornamelijk gedoeld op Rattan palmen die zeer lange dunne stammen maken en zich vaak tussen de dichte ondergroei van tropische bossen een weg omhoog werken naar het licht.

Hierbij wordt niet geïnvesteerd in het maken van een stevige stam maar zoekt de palm liever steun bij andere planten.

 

Bladtypes

Een ander onderdeel waarin de diverse palmsoorten onderling te onderscheiden zijn is de vorm van het blad.

Vederpalmen

De bekendste zijn de vederpalmen die pinnate bladeren bezitten met een hoofstengel waaraan aan weerszijden de echte bladeren zijn gerangschikt.

Veel soorten uit de vochtige tropen beginnen hun leven met bladeren waarbij het bladgroen aan weerszijden van de bladsteel vergroeid is.

Bij de meeste soorten splijt dit later maar er zijn ook soorten die deze vorm in het volwassen stadium blijven behouden.

Denk hierbij aan de Chamaedorea metallica.

Waaierpalmen

Ook waaierpalmen zijn goed vertegenwoordigt en komen in veel verschillende vormen en maten.

De bladsegmenten kunnen afhankelijk van de soort al gespleten zijn vanaf de hastula (bladbasis) zoals de Rhapis excelsa of een complete verenigde cirkel vormen zoals Licuala cordata.

Bij waaierpalmen word er verder nog onderscheid gemaakt tussen palmate en costapalmate bladeren

Bij palmate bladeren lopen de bladnerven altijd richting de hastula terwijl bij costapalmate bladeren er vanaf de hastula een middenrib loopt waaraan een deel van de bladnerven en / of segmenten is bevestigd.

Bipinate bladeren

Het geslacht Caryota vormt een duidelijke uitzondering op de bovengenoemde bladvormen.

Zij maken bladschermen die bestaan uit vele vertakkingen waarop meerdere kleinere blaadjes worden gerangschikt.

Dit geeft het idee van een varenblad.

De verschillende bladvormen geïlustreerd
 

Zie je graag meer van dit soort informatieve artikelen over palmen en andere planten like dan de facebookpagina van Plant it of laat een bericht achter.

Dit kan zowel op de website als op de facebookpagina.

Suggesties voor onderwerpen die je in het blog wil zien zijn ook welkom.

 

Robin van Gorp


Terug naar blog


Reactie plaatsen

Terug naar blog